Stamppot met kiprolletjes

Stamppot met kiprolletjes

Stap 1

Snijd de kipfilets in de lengte bijna door, bestrooi ze met peper, zout en vijfkruidenpoeder.

Vouw ze binnenstebuiten tegen elkaar zodat ze rond worden.

Leg de helft van het katenspek dakpansgewijs op een stukplasticfolie, leg 1 kipfilet erop en rol de kip strak op.

Doe hetzelfde met de andere kipfilet en zet ze circa 30 minuten in de koelkast.

Stap 2

Kook de aardappels in water met zout net gaar en druk ze door een pureeknijper of stamp ze fijn.

Houd 1 bloemkoolroosje achter en kook de rest van de bloemkoolroosjes in water met zout beetgaar. Laat ze uitlekken.

Stap 3

Verhit 2 eetlepels olijfolie in een koekenpan en stoof de prei met 1 teentje knoflook, zout en peper tot er geen vocht meer in de pan zit.

Verwarm de oven voor op 120°C. Meng de aardappels, gekookte bloemkoolroosjes, het preimengsel en de crème fraîche, nootmuskaat en mosterd.

Stap 4

Snijd de opgerolde kipfilets in dikke plakken, zet ieder rolletje vast met een cocktailprikker.

Verhit 3-4 eetlepels olijfolie in een braadpan en bak de kiprolletjes aan beide zijden goudbruin.

Leg ze in een braadslee en schuif ze 5-8 minuten in het midden van de oven. Neem ze uit de oven en laat ze 5-10 minuten rusten op een warme plek.

Stap 5

Giet de port en wijn in de braadpan van de kip, zet het vuur hoog zo dat het bruist.

Voeg de bouillon, laurier, 4 takjes tijm en resterende knoflook toe en kook de aanbaksels goed los.

Los een beetje maïzena op in wat water en bind het vocht in de pan licht.

Giet het vocht door een zeef en klop de boter erdoor.

Stap 6

Snijd het achtergehouden bloemkoolroosje in 4 dunne plakjes.

Verdeel de kiprolletjes over 4 voorverwarmde borden, geef er wat van de stamppot en jus bij en maak het af met een bloemkoolroosje en een takje tijm

2 boerenkipfilets à ca. 200 g
1 tl vijfkruidenpoeder
250 g dungesneden katenspek
500 g aardappels
geschild
1⁄2 bloemkool
in roosjes
Olijfolie
1⁄2 prei
zeer fijngesneden
2 teentjes knoflook
fijngewreven
2 el crème fraîche
1 mespunt versgeraspte
Nootmuskaat
1⁄2 tl mosterd
100 ml rode port
200 ml rode wijn
200 ml kippenbouillon (zie pag. 164)
2 verse laurierblaadjes
8 takjes verse tijm
Maïzena of aardappelzetmeel
50 g roomboter
in klontjes

Close Menu